Vanuit onze dagdagelijkse ervaringen vinden we het belangrijk even de aandacht te vestigen op de verplichtingen die gevolgd moeten worden bij de sluiting van een risico-inrichting of -activiteit. De wettelijke verplichtingen bij stopzetting worden in de praktijk vaak vergeten. Deze vergetelheid kan evenwel in de toekomst behoorlijke consequenties hebben.

Verwijdering tank

Verwijdering van een opslagtank.

 

Er zijn twee elementen die opgevolgd moeten worden bij stopzetting. Enerzijds moet de milieuvergunning (omgevingsvergunning) aangepast worden en anderzijds kan het zijn dat een bodemonderzoek noodzakelijk is.

 

Milieuvergunning (omgevingsvergunning)

Bij het stopzetten van een activiteit(en) die is opgenomen in de milieuvergunning (omgevingsvergunning) moet deze stopzetting gemeld worden.  Deze stopzetting kan een deel van het bedrijf betreffen, zoals bijvoorbeeld het buitengebruik stellen van een tank, maar het kan ook gaan om het ganse bedrijf in zijn geheel.  De reden van de stopzetting kan uiteraard divers zijn, maar ook bij verval van de vergunning, brand of faillissement moet hieraan gedacht worden.

 

Voorheen moesten hiervoor geen stappen ondernomen worden maar door het wijzigen van de wetgeving is hiervoor een melding verplicht.  Deze melding moet ingediend worden bij de overheid die de vergunning verleend heeft en dit binnen de 2 maanden na het stopzetten van de activiteit/onderneming of na het verval van de vergunning.  De melding moet gebeuren via het omgevingsloket.

 

Bodemonderzoek

Als de stopgezette activiteit een potentieel bodembedreigende activiteit is moet er ook een bodemonderzoek uitgevoerd worden. Klik hier voor meer informatie over bodembedreigende activiteiten en hoe u kan bepalen of uw activiteiten hier toe behoren.

 

De exploitant moet de sluiting van de inrichting melden aan de OVAM.  Dit dient te gebeuren via een meldingsformulier waarbij een oriënterend bodemonderzoek (OBO) wordt gevoegd.  Dit onderzoek moet binnen een termijn van maximum negentig dagen na de sluiting uitgevoerd zijn en kan eventueel slechts op een deel van het kadastrale perceel betrekking hebben.

 

Het niet nakomen van deze verplichting heeft tot gevolg dat de desbetreffende exploitant ontsnapt aan zijn/haar onderzoeks- en mogelijk saneringsplicht. Hierdoor zal de eigenaar deze plichten bij een latere overdracht op zich moeten nemen zonder dat hij/zij in aanmerking kan komen voor een vrijstelling van de saneringsplicht. Op dat moment is het evenwel vaak zeer moeilijk om de voormalige exploitant nog terug te vinden, laat staan aansprakelijk te stellen waardoor de eigenaar voor de ganse procedure zal moeten opdraaien. Ook een toekomstige exploitant kan in het kader van bijvoorbeeld een periodiek onderzoek geconfronteerd worden met deze niet nagekomen onderzoeks- en saneringsplicht met alle gevolgen van dien. Deze partijen hebben er dan ook alle belang bij dat de exploitant die een risico-inrichting sluit, zijn wettelijke verplichtingen nakomt.

GCM-A Lier

Berlarij 104

2500 Lier

03/491.95.60

info@gcm-a.be

GCM-A Koksijde

Kursaallaan 68 bus 0101

8670 Koksijde

058/52.05.98

info@gcm-a.be